Sterilisatie/Castratie

Castratie
Onder “castratie” wordt verstaan: het verwijderen van de geslachtsklieren. Bij de reu zijn dit de testikels bij de teef de eierstokken. Vaak wordt van sterilisatie gesproken maar in feite is dit onjuist. Onder sterilisatie wordt het onderbreken van zaadleider dan wel eileider verstaan. Deze techniek is bij honden niet relevant. In dit artikeltje zal ik dus uitsluitend spreken van castratie.

Sinds een aantal jaren is het gebruikelijk onder dierenartsen om hondeneigenaren te adviseren hun honden op zeer jonge leeftijd te laten castreren. Vaak wordt tijdens het consult waarbij de laatste serie vaccinaties wordt gegeven al vaak de vraag gesteld of men een afspraak wenst te maken voor castratie voor de leeftijd van 6 maanden. Men doet het de eigenaar voorkomen dat dit een normale gang van zaken is en lijkt verbaasd te zijn als de eigenaar hier kritisch tegenover staat.

De trend komt overwaaien uit de Verenigde Staten waar dit om redenen van geboortebeperking flink gestimuleerd wordt. De faculteit voor Dierengeneeskunde van de Rijksuniversiteit van Utrecht heeft dit beleid geruime tijd gepropageerd zodat een groot aantal jonge dierenartsen dit in hun praktijk is gaan adviseren. Daarbij wordt gesteld dat de kans op allerlei aandoeningen zoals tumoren van de melkklieren, baarmoederkanker of baarmoederontstekingen sterk verminderd is bij op jonge leeftijd gecastreerde dieren.

Ongetwijfeld zal daar een kern van waarheid in zitten maar behalve de evidente voordelen zijn er ook wel degelijk een aantal bezwaren voor deze handelswijze en er zijn op zijn minst aanwijzingen dat we voorzichtig en kritisch moeten zijn bij het volgen van deze trend. Het zal u niet verbazen dat ik op deze bezwaren wat verder wil ingaan.

Incontinentie
Bij een aantal gecastreerde teven ontstaat urine-incontinentie, vooral in rust loopt de urine druppelsgewijs weg. Blijkbaar functioneert de sluitspier onvoldoende. Er is een medicatie mogelijk maar deze kan bij een aantal honden nogal wat bijwerkingen hebben. Het percentage incontinente dieren na castratie wordt in de literatuur aangegeven tussen de 2 en 10%.

Onderontwikkeld geslachtsapparaat
Het vroeg castreren leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rondom de vulva tot gevolgen hebben.

Bewegingsapparaat
De geslachtshormonen van de hond die door de testikels en eierstokken worden geproduceerd spelen een belangrijke rol bij de groei. Er is aangetoond dat bij vroege castratie dieren de groei langer doorgaat en er dus langere maar lichtere botten ontstaan. Dit zal dus ongetwijfeld gevolgen hebben voor het bewegingsapparaat en dus ook het exterieur van de hond.

Schildklier
Een gecastreerde hond wordt snel te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dit te maken met een verminderde functie van de schildklier. Zeker is wel dat castratie de kans op een traag werkende schildklier sterk vergroot.

Gedrag
Vaak wordt een hond gecastreerd omdat er sprake zou zijn van ongewenst gedrag (agressie, dominantie). Bepaalde vormen van ongewenst gedrag komen juist VAKER voor bij gecastreerde dieren dan bij intacte dieren. Vooral bij reuen met een onzeker en angstig karakter kan castratie leiden tot angstagressie! Verder is het zo dat teven die een onderdanig gedrag vertonen, wat timide zijn, na castratie dominanter en zelfverzekerder kunnen worden. Dat kan bij meerdere honden in huis rangordeproblemen opleveren vooral als de gecastreerde teef eerder ranglager was. De eigenaar zal deze situatie goed moeten inschatten en begeleiden.

“ Als een dierenarts zonder reden een sterilisatie of castratie voorstelt, zoek dan een andere dierenarts! Er zijn er duizenden. Ook bij u in de buurt!!!”

Tumoren
Tegenover het feit van verminderde kans op tumoren in de melkklieren staat dat er aanwijzingen zijn dat er een hogere kans is op bottumoren (osteosarcomen) bij gecastreerde honden. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de invloed van castratie op de botgroei. Ook zijn er aanwijzingen op relatief vaker voorkomende typen tumoren (haemangiosarcomen) bij gecastreerde dieren.

Huid en beharing
Bij gecastreerde honden ontstaan vaak ernstige vachtproblemen. Er ontstaat een lelijke dikke wollige vacht, de glans verdwijnt en er is sprake van continu verharen. Men spreekt wel van een schapenvacht. Er zit dan niets anders op de hond 3 tot 4 x per jaar naar een trimsalon te brengen om hem/haar weer enigszins toonbaar te maken.

Conclusie
Geconcludeerd kan gezegd worden dat castratie van honden ongetwijfeld voordelen heeft maar dat er wel degelijk ook zwaarwegende nadelen aan verbonden zijn. Is het nu zo’n opgaaf om een loopse teef gedurende 3 weken bij de reuen vandaan te houden? De indruk bestaat dat veel eigenaren besluiten tot castratie uit gemakzucht.

De boodschap die ik wil overbrengen is deze: zie het castreren van uw hond niet als iets dat “zo hoort”, maar bekijk kritisch de voor- en nadelen. Als u, na het lezen van dit artikel, toch besluit uw hond te laten castreren, doe het dan niet te vroeg!
Wacht tot uw hond uitgegroeid en ontwikkeld is, zowel psychisch als lichamelijk.

De Faculteit voor Diergeneeskunde adviseert inmiddels ook weer het oude systeem van castratie na de eerste loopsheid op ongeveer 1,5 jaar, maar ik geef de voorkeur voor minimaal 2 jaar, daar een Labrador pas met 2/3 jaar volledig is uitgegroeid.
Besef dat uw hond wel wat aandacht nodig heeft als u hem/haar deze ingreep laat ondergaan!